de toneelcentrale
toneeluitgeverij
logo2.jpg

Charlie en de chocoladefabriek
Dahl, Roald

Catalogus nummer: 9044
Aantal dames: 8
Aantal heren: 10
Genre: kindertoneel
avondvullend

Het toneelstuk (of de musical) is de door Roald Dahl geautoriseerde bewerking die de Amerikaanse leraar Richard George in 1973 maakte voor zijn jaarlijkse schoolproduktie van de wereldwijde bestseller ‘Charlie and the Chocolate Factory'. Charlie Stevens (in de Nederlandse vertaling van Harriët Freezer Sjakie ... ) is een arm jongetje dat met zijn ouders en zijn vier grootouders in een klein huisje woont. Willie Wonka is steenrijk en de fabrikant van het meest fantastische snoepgoed. Zijn fabriek heeft te lijden onder receptspionage door zijn jaloerse concurrenten. Wonka schrijft een grote wedstrijd uit: wie een gouden wikkel in één van zijn chocoladerepen vindt zal worden uitgenodigd om naar de fabriek te komen en alle geheimen van de fabricage van Wordds snoepgoed leren kennen. Bovendien ontvangen de gelukkigen voor de rest van hun leven al het snoep dat ze zich maar wensen. In totaal zijn er vijf gouden toegangsbewijzen verstopt en al gauw ontstaat er een wilde speurtocht naar de wikkels. Het duurt niet lang of er verschijnen berichten dat er gouden wikkels zijn gevonden: Caspar Slok, Veruca Peper, Violet Beauderest en Joris Teevee behoren tot de gelukkigen. Bij Charlie thuis is alles op alles gezet om voor de jongen ook een reep te kunnen kopen, en ... het lukt! Charlie is de vijfde en laatste vinder van een gouden wikkel. De rondleiding in Willie Wonka's fabriek levert een aantal verschrikkelijke ongelukken op, omdat de (verwende) kinderen niet willen luisteren naar de waarschuwingen van Willie. De een na de ander verdwijnt, wordt verzwolgen of in deeltjes gesplitst. Charlie is de enige die overblijft. Directeur Wonka heeft zijn woord gestand gedaan.  Charlie (en zijn lieve ouders en grootouders) zijn nu voor altijd uit de zorgen en kunnen een zonnige toekomst tegemoet zien.


De bewerking van het boek voor toneel is uiterst geschikt om binnen schoolverband te presenteren. De bewerker voegde aan de tekst een aantal suggesties toe voor de enscenering, de liedjes en de decors. Deze zullen zeker inspirerend werken voor groepen (scholen) die het stuk willen brengen. De tekst leent zich prima voor een enscenering die eenvoudig van opzet is, maar net zo goed voor een meer gecompliceerde vormgeving. De algemene bekendheid van het boek en de populariteit van Roald Dahl als schrijver zullen zeker bijdragen aan het succes van de voorstelling. Voor een Nederlands publiek is een aantal kleinere aanpassingen van de Vlaamse vertaling gewenst.




NAAR MIJN ZICHTZENDING>